Formaties en rollen · Analyse
Dubbele controleur: twee middenvelders vóór de verdediging
Een dubbele controleur is een duo middenvelders vóór de verdediging, typisch voor de 4-2-3-1. Hun taakverdeling, Van Bommel en De Jong, en de zwakke plekken.
Een dubbele controleur is een duo centrale middenvelders dat naast elkaar vóór de verdediging speelt. Samen bewaken ze de strook tussen de achterste linie en de aanvallende middenvelders, de waardevolste ruimte van het veld. In het Engels en Spaans heet dit een double pivot.
De combinatie hoort vooral bij de 4-2-3-1, maar ook een 4-4-2 of een systeem met drie centrale verdedigers kan zo'n duo hebben. In Nederland is het verschil met de 4-3-3 bijna een geloofskwestie. Johan Cruijff wilde de punt van zijn middenveld naar achteren: één 6 in plaats van een 10. Met één controleur speel je in feite 4-1-2-3, met twee 4-2-1-3. Een Nederlandse trainerssite vat de 4-2-3-1 samen als een blok van zes verdedigend opgestelde spelers: vier verdedigers en twee controleurs.
Het duo Van Bommel en De Jong
Het bekendste Nederlandse duo is dat van het WK van 2010. Bondscoach Bert van Marwijk zette Mark van Bommel en Nigel de Jong samen vóór een verdediging die op papier de zwakste linie van Oranje was. Voetbal International beschreef hun taak later als het bewaken van het fort, terwijl de aanvallers ten strijde trokken. Oranje haalde er de WK-finale mee, die met 1-0 na verlenging verloren ging van Spanje. De kritiek was stevig. Johan Cruijff vond het Nederlandse spel in de finale lelijk, en tegenstanders spraken van anti-voetbal. Maar het duo liet ook zien waar de rol om draait. Van Bommel beschreef hun samenwerking later als een spiegelbeeld: ging De Jong naar links, dan liep hij naar rechts, en ging De Jong diep, dan bleef hij achter.
Nooit tegelijk op dezelfde lijn
Dat is precies het principe. De klassieke verdeling is een afbreker en een verdeler: de een wint de bal, de ander gebruikt hem. Maar de betere duo's staan nooit tegelijk op dezelfde lijn. Stapt de een uit om druk te zetten of een aanval te steunen, dan blijft de ander staan. Komt de een naar de bal toe om van een centrale verdediger te ontvangen, dan kiest de ander een plek schuin achter of schuin voor hem. Zo krijgt de balbezitter altijd twee passhoeken in plaats van één. Twee controleurs die naast elkaar achter dezelfde tegenstander om de bal vragen, zijn met één drukzettende speler uit te schakelen.
Taken met en zonder bal
Met de bal vormen ze het eerste platform van de opbouw. Tegen twee spitsen kan een van hen tussen of naast de centrale verdedigers zakken om een driemansopbouw te maken, terwijl de ander achter de eerste drukzettende linie blijft. Tegen één spits kunnen ze allebei hoger blijven en met de centrale verdedigers een vierkant vormen. Zij zijn ook de logische spelers om van kant te wisselen en liniedoorbrekende passes naar de 10 en de buitenspelers te spelen.
Zonder bal schermen ze de passes af naar de gevaarlijkste tegenstanders: de spelers die tussen de linies willen ontvangen, in zone 14 en de half-spaces. Ze dekken de ruimte achter opgerukte backs af en vormen samen met de twee centrale verdedigers het hart van de restverdediging: een blok van 2+2 in het midden terwijl de rest aanvalt. Die zekerheid is de reden dat een 4-2-3-1 een 10 met weinig verdedigende taken kan veroorloven. Stappen ze allebei tegelijk uit, dan ligt de pass naar zone 14 open voor de tegenstander.
Dubbele controleur of één controleur
Het echte verschil is dat met één controleur, zoals in de 4-3-3. Eén controleur maakt een extra speler vrij voor hogerop, dus de ploeg heeft meer mensen tussen de linies en kan met meer spelers hoog druk zetten. Maar hij moet de hele breedte alleen bewaken, en de ruimtes naast hem zijn waar een 4-3-3 kwetsbaar is. Twee controleurs sluiten die ruimtes, ten koste van een speler voorin. Veel ploegen wisselen tijdens een wedstrijd tussen beide, afhankelijk van de stand.
De zwakte zit vooral in wat het duo wegneemt. Twee spelers die laag blijven, betekenen minder lopers voorbij de bal. Staan ze te dicht bij hun eigen verdediging, dan ontstaat er een gat naar de aanvallers en breekt de ploeg in tweeën: de 10 en de spits raken geïsoleerd. Tegen een middenveld van drie komen ze bovendien in ondertal, tenzij de 10 terugzakt om te helpen. Een regista kan deel uitmaken van het duo, mits zijn partner de bewegingen aanvult.
Een dubbele controleur combineert vaak een speler die blijft staan met een loper. Die tweede speler lijkt op een box-to-box middenvelder: hij schuift mee naar voren en komt in de zestien, terwijl zijn partner voor de verdediging blijft.
Spelen met één of twee controleurs is een keuze die aan beide kanten iets kost: dekking voor de verdediging tegenover spelers die vrij kunnen aanvallen. De vergelijking één controleur of een dubbele controleur zet beide naast elkaar.
Wat is het verschil tussen een dubbele controleur en een box-to-box-middenvelder?
Ze beschrijven verschillende dingen. Een dubbele controleur is een duo en een positie: twee spelers vóór de verdediging. Box-to-box beschrijft wat één middenvelder doet: het hele veld afdekken, van strafschopgebied tot strafschopgebied. Een van de twee controleurs kan zo'n speler zijn, zolang zijn partner blijft staan als hij gaat.
Wat doet een dubbele controleur in de opbouw?
Met de bal vormt de dubbele controleur het eerste platform van de opbouw. Tegen twee spitsen zakt een van de twee tussen of naast de centrale verdedigers voor een driemansopbouw, terwijl de ander achter de eerste drukzettende linie blijft. Tegen één spits blijven ze allebei hoger en vormen ze een vierkant met de centrale verdedigers. Ze spelen ook liniedoorbrekende passes naar de 10 en de buitenspelers.
Is één controleur beter dan een dubbele controleur?
Dat hangt af van wat een ploeg wil. Eén controleur, zoals in de 4-3-3, maakt een extra speler vrij voor hogerop, maar moet de hele breedte alleen bewaken. Een dubbele controleur sluit de ruimtes naast hem, ten koste van een speler voorin. Veel ploegen wisselen tijdens een wedstrijd tussen beide, afhankelijk van de stand.
Wie vormden de dubbele controleur van Oranje op het WK van 2010?
Bondscoach Bert van Marwijk zette Mark van Bommel en Nigel de Jong samen vóór de verdediging. Voetbal International beschreef hun taak als het bewaken van het fort. Oranje haalde er de WK-finale mee, maar kreeg ook kritiek: Johan Cruijff vond het spel in de finale lelijk. Van Bommel noemde hun samenwerking een spiegelbeeld: ging De Jong naar links, dan liep hij naar rechts.
Bronnen en verder lezen
- Double pivot: football tactics explained — The Coaches' Voice
- The 4-2-3-1: football tactics explained — The Coaches' Voice