Formaties en rollen · Analyse
5-3-2-formatie: vijf verdedigers, twee spitsen en het Oranje van 2014
De 5-3-2 speelt met drie centrale verdedigers, twee diepe wingbacks, drie middenvelders en twee spitsen. Hoe hij verdedigt, countert en hoe je hem kraakt.
De 5-3-2 is een formatie met vijf verdedigers, drie centrale middenvelders en twee spitsen. De vijf zijn drie centrale verdedigers en twee wingbacks die op dezelfde hoogte beginnen, waardoor het de verdedigende lezing is van de opstelling die een 3-5-2 gebruikt.
In Nederland ligt dat systeem gevoelig. Hier is de 4-3-3 jarenlang de norm geweest, en een vijfmansverdediging wijkt daar duidelijk van af. Toen Louis van Gaal Oranje in 2014 op een nieuw systeem zette, bleek hoe beladen het label is.
Oranje op het WK 2014: 5-3-2 of 3-5-2?
Op 8 juni 2014 meldde Elf Voetbal dat Johan Cruijff twijfelde over het nieuwe 5-3-2-systeem dat Van Gaal en zijn technische staf voor het WK in Brazilië hadden ontwikkeld. Cruijff wees op het risico van afstappen van de vertrouwde 4-3-3 met zo weinig voorbereidingstijd. Hij gaf de bedenkers uiteindelijk het voordeel van de twijfel: pas het toernooi zou uitwijzen of de keuze klopte.
De Engelstalige Wikipedia noemt hetzelfde systeem een 3-5-2, specifiek ingezet als antwoord op het balbezitvoetbal van Spanje. Achterin stonden Stefan de Vrij, Ron Vlaar en Bruno Martins Indi, met Daryl Janmaat en Daley Blind als wingbacks. Oranje won de openingswedstrijd met 1-5 van Spanje, verloor de halve finale van Argentinië na strafschoppen en werd derde na 0-3 tegen Brazilië.
Dat ene systeem met twee namen is precies het verschil dat dit artikel uitlegt. Op papier staan in een 5-3-2 en een 3-5-2 dezelfde spelers op dezelfde plekken. Wat ze scheidt, is waar de wingbacks staan als de tegenstander de bal heeft. Een 3-5-2 behandelt ze als middenvelders die soms verdedigen. Een 5-3-2 behandelt ze als verdedigers die soms aanvallen.
De opstelling, linie voor linie
Drie centrale verdedigers. De middelste is de organisator. Vroeger was dat vaak een libero, in Nederland ook wel de laatste man: een vrije verdediger achter twee mandekkers. Tegenwoordig staat hij vaker op één lijn met de anderen en stapt hij in met de bal. De twee buitenste centrale verdedigers maken de vorm zonder bal sterk. Omdat er een extra man centraal staat, kunnen zij een spits of buitenspeler volgen uit de linie, in de wetenschap dat het gat achter hen gedekt is.
Twee wingbacks. Zij zijn de enige brede spelers in de ploeg. In een 5-3-2 beginnen ze diep en worden ze eerst beoordeeld op verdedigen: de zijlijn bewaken, voorzetten tegenhouden, lopers naar de tweede paal volgen. Na balverovering zijn ze ook de belangrijkste bron van breedte. Daarom combineert de wingback het werk van een back en een buitenspeler en loopt hij meer dan wie ook.
Drie centrale middenvelders. Meestal schermt één controleur de vijf verdedigers af, met twee box-to-box-middenvelders naast hem. Zonder bal blijven ze smal en dicht bij de verdediging, zodat de ruimte tussen de linies te klein is om aangespeeld te worden.
Twee spitsen. Het duo geeft de formatie zijn angel. Eén van hen is vaak een targetman die lange ballen met de rug naar het doel aanneemt en vasthoudt. De ander loopt diep of in de kanalen. Samen houden ze de centrale verdedigers van de tegenstander bezig, ook als de rest van de ploeg diep staat. Beide zijn taken van de spits, verdeeld over twee spelers.
Hoe hij verdedigt
Daar is de formatie voor gemaakt. Zonder bal wordt de 5-3-2 een laag blok: vijf man over de breedte van de zestien, drie daar vlak voor, en twee spitsen die de pass naar de controleur van de tegenstander afschermen.
Vijf verdedigers lossen problemen op waar een viermansverdediging mee worstelt. Elke wingback kan bij een buitenspeler blijven zonder dat een centrale verdediger hoeft door te schuiven. Een uitzakkende spits kan worden gevolgd door een buitenste centrale verdediger, want er blijven er twee over. En voorzetten komen terecht bij drie centrale verdedigers in plaats van twee.
Coaches' Voice benadrukt dat spelers in een laag blok zeer gedisciplineerd moeten blijven en zich niet uit positie moeten laten lokken. Het drukpunt is het middenveld van drie. Zij kunnen de volle breedte niet alleen bestrijken en moeten kiezen tussen het centrum beschermen en druk zetten op de flank.
Hoe hij aanvalt
De 5-3-2 is niet gebouwd om lang de bal te houden. De natuurlijke aanvalsvorm is de counter: diep veroveren, snel een spits vinden en lopers mee laten gaan voor de tegenstander zich herpakt. Volgens Coaches' Voice ligt er na balverovering in een laag blok ruimte achter de tegenstander, vooral langs de flanken als diens backs zijn opgeschoven. Het nadeel is de afstand. Counters vanuit diepe posities vragen snelle, scherpe acties naar voren en een aanvaller die de bal vasthoudt tot er hulp komt. Lees meer over die omschakeling.
Twee spitsen helpen: de een kaatst, de ander loopt, en de centrale verdedigers van de tegenstander kunnen niet allebei uitstappen zonder een loper vrij te laten.
De tweede route loopt via de wingbacks. Als de ploeg rustig balbezit krijgt, schuiven ze op en wordt de vorm een 3-5-2, met drie centrale verdedigers als stevige basis voor de opbouw.
Waar hij vandaan komt
De geschiedenis loopt via het Italiaanse verdedigingsvoetbal. Karl Rappan ontwikkelde met de verrou een systeem met een extra speler achter de verdediging, de verrouilleur. Italiaanse trainers bouwden daar het catenaccio op. Helenio Herrera maakte het bij Internazionale in de jaren zestig beroemd met mandekkers en een libero, Picchi, erachter.
Voor Nederlanders heeft dat verhaal een bekend slot. Volgens de Nederlandse Wikipedia won Ajax de Europacup-finale van 1972 met 2-0 van Inter. Het Algemeen Dagblad sprak van "de vernietiging van het defensieve voetbal". Volgens dezelfde pagina liet het totaalvoetbal van Rinus Michels zien dat het catenaccio verre van perfect was.
De vorm bleef niet puur verdedigend. Wikipedia noemt het Brazilië dat in 2002 wereldkampioen werd, met Cafu en Roberto Carlos als wingbacks. Zij laten de andere kant van de 5-3-2 zien: wingbacks die hun flank over de volle lengte van het veld bestrijken, in de aanval en in de verdediging. En Coaches' Voice meldt dat Diego Simeone bij Atlético Madrid sinds 2020/21 ook vormen met vijf verdedigers gebruikt om centraal een extra man te hebben.
Sterke en zwakke punten
Sterk: breedte en diepte zijn tegelijk gedekt, dus er is weinig ruimte in de rug of op de flank. De extra centrale verdediger laat de anderen agressief verdedigen. Twee spitsen houden een counterdreiging levend, ook als de ploeg wordt teruggedrongen.
Zwak: met vijf verdedigers en twee spitsen blijven er maar drie middenvelders over, en die raken in ondertal tegen een ploeg met vier of vijf centrale spelers. De wingbacks moeten ontzettend veel lopen. En een 5-3-2 die lang diep staat, geeft de tegenstander de bal en het terrein.
Hoe je hem herkent en bespeelt
Kijk naar de brede spelers op het moment van balverlies. Sprinten ze terug tot naast drie centrale verdedigers, dan staat er een 5-3-2. Blijven ze op het middenveld, dan is het eerder een 3-5-2. Twee spitsen die hoog blijven terwijl de rest inzakt, is het andere kenmerk.
Om hem te kraken val je het middenveld van drie aan. Creëer centraal overtal en verplaats daarna snel het spel, want drie spelers schuiven niet zo snel als de bal. Pin de wingbacks vast met hoge, brede buitenspelers. En verdedig na balverlies eerst de ruimte achter je eigen backs, want daar wil de 5-3-2 counteren.
Is een 5-3-2 hetzelfde als een 3-5-2?
Ze gebruiken dezelfde elf posities. Het verschil is waar de wingbacks staan en wat ze voorop zetten. In een 3-5-2 spelen ze als middenvelders en schuiven ze hoog op; in een 5-3-2 beginnen ze naast de centrale verdedigers en verdedigen ze eerst. Het systeem van Oranje op het WK 2014 heette bij Elf Voetbal een 5-3-2 en op de Engelstalige Wikipedia een 3-5-2.
Is de 5-3-2 een verdedigend systeem?
Meestal wel. Met vijf verdedigers en diep beginnende wingbacks is hij gebouwd om de zestien te beschermen en te counteren. Met aanvallende wingbacks kun je hem toch durvend spelen, zoals Brazilië in 2002 met Cafu en Roberto Carlos.
Speelt een 5-3-2 met een libero?
Dat kan. Vroeger was de middelste centrale verdediger vaak een vrije man achter twee mandekkers, zoals Picchi bij Inter. Moderne versies zetten de drie meestal op één lijn en verdedigen zonaal, zodat de middelste organiseert in plaats van opruimt.
Waarom speelde Oranje in 2014 met vijf verdedigers?
Volgens de Engelstalige Wikipedia werd het systeem specifiek ingezet als antwoord op het balbezitvoetbal van Spanje. Oranje won met 1-5 van Spanje en werd uiteindelijk derde.
Bronnen en verder lezen
- Cruijff twijfelt over nieuwe spelsysteem Oranje — Elf Voetbal
- Nederland op het wereldkampioenschap voetbal 2014 — Wikipedia
- Catenaccio — Wikipedia
- Formation (association football) — Wikipedia
- The low block: football tactics explained — Coaches' Voice