Speelstijlen · Analyse
Totaalvoetbal: hoe Ajax, Feyenoord en Oranje het voetbal veranderden
Totaalvoetbal: spelers wisselen van positie terwijl het elftal zijn vorm houdt. Michels, Cruijff, Happel, Ajax 1971-73, Oranje 1974 en de erfenis.
Totaalvoetbal is een speelstijl waarin spelers voortdurend van positie wisselen: verdedigers gaan mee aanvallen en aanvallers verdedigen mee. Wie zijn plek verlaat, wordt vervangen door een ploeggenoot, zodat het elftal zijn vorm houdt terwijl de spelers erin bewegen.
Het is het bekendste Nederlandse exportproduct uit de voetbalgeschiedenis. In het buitenland heet het total football, maar het woord is van ons, en het hoort bij drie namen: Rinus Michels, Johan Cruijff en Ajax. Ook Feyenoord heeft er een stevige claim op, zoals je verderop leest.
Hoe Nederland over totaalvoetbal praat
In Nederland is totaalvoetbal meer dan een tactische term. Het staat voor een manier van denken: voetbal als iets wat je met je hoofd speelt, met ruimte als belangrijkste begrip. Bijna elke discussie over "het Nederlandse voetbal" grijpt erop terug.
Het woord zelf is ouder dan de meeste mensen denken. Volgens Nederlandse Wikipedia duikt de term voor het eerst op in 1965, in een interview dat Michels gaf aan Jan Dassen van het Limburgsch Dagblad. Het systeem moest nog groeien; de naam stond er al.
Op papier was totaalvoetbal meestal een 4-3-3. Nederlandse Wikipedia noemt twee kenmerken die je er altijd bij ziet: een keeper die meedoet aan de opbouw en aanspeelbaar is, en de buitenspelval, in die tijd een revolutionair wapen.
Waar het vandaan kwam
Engelstalige Wikipedia legt de wortels bij het Oostenrijkse Wunderteam van Hugo Meisl en het Hongaarse Gouden Elftal, beide beïnvloed door de Engelse trainer Jimmy Hogan.
Bij Ajax zelf liet Jack Reynolds in de jaren veertig al een vergelijkbare stijl spelen. Daarna kwam Vic Buckingham, die Ajax en later Barcelona trainde. Hij gaf Michels een voetbalopleiding mee en haalde de jonge Cruijff bij het eerste elftal. In januari 1965 nam Michels het stokje van Buckingham over.
Michels, Cruijff en Ajax
Michels was een Amsterdammer, geboren in 1928, en speelde zelf van 1945 tot 1958 als aanvaller bij Ajax. Voordat hij trainer werd, gaf hij gymles op een school voor dove kinderen. Zijn bijnaam was De Generaal. Zijn bekendste uitspraak laat weinig te raden over: "Topvoetbal is zoiets als oorlog."
Hij bouwde een ploeg rond intelligentie, beweging en conditie. Cruijff was de man die het op het veld vertaalde. Michels liet hem niet vastgepind staan als centrumspits, maar gaf hem de vrijheid om over het hele veld te zwerven. Verdediger Barry Hulshoff vertelde later dat het eindeloos over ruimte ging: waar je moest lopen, waar je moest staan en wanneer je juist stil moest blijven.
De resultaten waren enorm. In 1966/67 scoorde Ajax 122 keer in de Eredivisie, een record. In 1969 ging de eerste Europacup I-finale nog verloren van AC Milan. Daarna volgden drie Europacups op rij:
- 1971: 2-0 tegen Panathinaikos in Londen, de laatste prijs onder Michels.
- 1972: 2-0 tegen Internazionale in De Kuip, met twee doelpunten van Cruijff. Nederlandse Wikipedia schrijft dat de defensief ingestelde Italianen geen antwoord hadden op het totaalvoetbal van Ajax.
- 1973: 1-0 tegen Juventus in Belgrado, door een doelpunt van Johnny Rep.
Na 1971 vertrok Michels naar Barcelona. Zijn opvolger was de Roemeen Ștefan Kovács. Volgens Wikipedia trainde hij minder hard dan zijn voorganger, en veel spelers waardeerden die lossere aanpak. Hij won twee keer de Europacup I en in 1972 de wereldbeker tegen Independiente. Het tijdperk eindigde in september 1973, toen Cruijff naar Barcelona vertrok.
De Feyenoord-claim
Wie in Rotterdam vraagt wie het totaalvoetbal uitvond, krijgt een ander antwoord. Volgens Nederlandse Wikipedia stellen journalisten als Matty Verkamman, Jaap Visser en VI-hoofdredacteur Pieter Zwart dat Ernst Happel en Feyenoord in 1969 de basis legden. Het argument is sterk: Feyenoord won in 1970 de Europacup I, met 2-1 na verlenging tegen Celtic, een jaar vóór Ajax. Daarna werd het de eerste Nederlandse club met de wereldbeker, tegen Estudiantes. Happel stond acht jaar daarna met Oranje opnieuw in een WK-finale, in 1978 tegen Argentinië, en verloor die met 3-1 na verlenging.
Oranje in 1974
Michels nam het idee mee naar het WK in West-Duitsland. De NOS zet de reeks op een rij: 2-0 tegen Uruguay, 0-0 tegen Zweden en 4-1 tegen Bulgarije in de eerste groep, daarna 4-0 tegen Argentinië, 2-0 tegen Oost-Duitsland en 2-0 tegen Brazilië. Tegen Zweden maakte Cruijff zijn beroemde draai langs Jan Olsson, sindsdien wereldwijd de Cruijff-draai. In het buitenland kreeg de ploeg de bijnaam Clockwork Orange.
De finale op 7 juli 1974 in het Olympiastadion van München begon perfect. Cruijff werd neergehaald en Johan Neeskens benutte in de tweede minuut een strafschop, nog voordat een Duitser de bal had geraakt. Paul Breitner maakte uit een omstreden strafschop gelijk, Gerd Müller scoorde vlak voor rust de 2-1. Volgens de NOS was de Duitse wilskracht die dag sterker dan het Nederlandse technische vernuft. De NOS noemt het verlies een Nederlands trauma. Auke Kok schreef er in 2004 het boek "We waren de beste" over, een bestseller.
Hoe totaalvoetbal werkte op het veld
Drie mechanismen hielden het systeem draaiende.
- Doorschuiven. Spelers wisselden van plek in kettingen, meestal aan één kant van het veld. Een back die opstoomde, werd gedekt door een middenvelder die inzakte. De centrale verdediger kon met de bal naar het middenveld, omdat iemand achter hem bijsloot. Een box-to-box-middenvelder als Neeskens hield die rotaties met zijn loopvermogen gaande.
- Druk zetten. Zonder bal schoof de hele ploeg naar voren en joeg op de bal. Het woord gegenpressing bestond nog niet, maar het idee was hetzelfde: de bal hoog en snel terugwinnen.
- De hoge lijn en de buitenspelval. De verdediging stapte samen uit om de ruimte klein te maken. Een vrije man, verwant aan de klassieke libero maar veel actiever aan de bal, dekte de ruimte erachter af.
Voor tegenstanders die man-op-man speelden, was dit een nachtmerrie. Maar de eisen waren hoog. Elke speler moest technisch goed genoeg zijn voor meerdere zones, fit genoeg om te blijven lopen en slim genoeg om te weten wie wie moest dekken.
Erfenis en kritiek
De invloed loopt dwars door het moderne voetbal. Cruijff nam de ideeën mee naar Barcelona, eerst als speler en later als trainer. Zijn Dream Team won in 1992 de Europacup I. Pep Guardiola, die onder hem speelde, bouwde er zijn eigen Barcelona op; Engelstalige Wikipedia verbindt het Spaanse tiki-taka en het juego de posición rechtstreeks met de Nederlandse basis. In Nederland zelf won het Ajax van Louis van Gaal in 1995 de Champions League. Moderne begrippen als de valse negen, de inverted back en pressing triggers komen uit dezelfde gereedschapskist: posities als vertrekpunt, niet als vaste woonplek.
Er is ook kritiek. Een hoge lijn die met één pass wordt overspeeld, laat veel ruimte achter. De finale van 1974 liet zien dat een gedisciplineerde tegenstander een ploeg rond één organisator kan ontregelen, en sindsdien hangt aan totaalvoetbal het verwijt dat schoonheid geen prijzen garandeert. Het werkte het best met een zeldzame generatie spelers die samen bij één club was opgegroeid. Modern positiespel kopieert dat zelden volledig: rotaties worden nu tot in detail ingestudeerd in plaats van over het hele veld geïmproviseerd.
Zo herken je totaalvoetbal in een wedstrijd
Kijk of de vorm van de ploeg gelijk blijft terwijl de namen erin veranderen. Loopt een centrale verdediger met de bal naar het middenveld en neemt een middenvelder stilletjes zijn plek in? Dan zie je het principe dat Nederland beroemd maakte. Let daarna op de ploeg zonder bal: totaalvoetbal ging altijd samen met een hoge lijn en agressieve druk.
De hoge linie van het totaalvoetbal leunde op een goed ingestudeerde buitenspelval: de hele achterlinie schoof samen op om de ruimte klein te maken.
Wat is totaalvoetbal in simpele woorden?
Totaalvoetbal is een speelstijl waarin elke veldspeler de taak van een ander kan overnemen. Verlaat iemand zijn positie, dan neemt een ploeggenoot die in, zodat de vorm van het elftal blijft staan.
Wie heeft het totaalvoetbal uitgevonden?
Rinus Michels ontwikkelde het vanaf 1965 bij Ajax en nam het in 1974 mee naar Oranje, met Johan Cruijff als leider op het veld. Een deel van de Nederlandse voetbaljournalistiek legt de basis bij Ernst Happel en Feyenoord in 1969.
Welke opstelling hoort bij totaalvoetbal?
Meestal een 4-3-3 met buitenspelers en een keeper die meedoet aan de opbouw. Belangrijker dan de opstelling was de beweging erin.
Waarom verloor Oranje de WK-finale van 1974?
West-Duitsland won met 2-1 in München, na een Nederlandse voorsprong uit een strafschop in de tweede minuut. Breitner maakte uit een strafschop gelijk en Müller scoorde vlak voor rust.
Bronnen en verder lezen
- Totaalvoetbal — Wikipedia
- WK 1974: het trauma van Oranje — NOS
- Finale Europacup I 1972 — Wikipedia
- Ernst Happel — Wikipedia
- Rinus Michels — Wikipedia