Formaties en rollen · Analyse
Libero: de vrije verdediger achter de mandekkers
Een libero is een verdediger zonder vaste tegenstander, achter de mandekkers. Zijn taken, Beckenbauer als voorbeeld en het verschil met een centrale verdediger.
Een libero is een verdediger zonder vaste directe tegenstander, die achter de mandekkers speelt. Zijn ploeggenoten volgen elk een aanvaller; hij ruimt op wat er toch doorheen komt en mag met de bal naar voren. Het woord is Italiaans voor "vrij". Vrij van een vaste man betekent dus niet vrij van verantwoordelijkheid.
In Nederland had die speler lang een nuchterder naam: de laatste man. Een ouderwetse Nederlandse verdediging draaide om twee centrale verdedigers met elk een eigen taak. De voorstopper hield de spits van de tegenstander af. De laatste man stond daarachter en gaf rugdekking aan de voorstopper en aan beide backs. "Libero" was het deftigere woord, maar in de praktijk bedoelde men meestal dezelfde speler. Vandaag hoor je vaker "vrije verdediger" voor een centrale verdediger die niet aan een tegenstander vastzit.
Van het catenaccio tot Beckenbauer
De rol hoort bij het mandekken. Italiaanse ploegen maakten er in de jaren zestig een systeem van. Internazionale onder de Argentijnse trainer Helenio Herrera werd het symbool van het catenaccio, de grendel: elke verdediger een eigen tegenstander, en één vrije man erachter als verzekering. Die logica is eenvoudig. Als iedereen man-op-man speelt, betekent één verloren duel een vrije loop naar het doel. Tenzij er nog iemand achter staat die niemand hoeft te volgen.
Franz Beckenbauer veranderde waar die vrije man voor diende. Onder bondscoach Helmut Schön maakte hij van de libero een aanvallend wapen. Niemand was op hem gezet, dus kon hij de bal uit de verdediging dribbelen, op het middenveld meespelen en in de aanval opduiken. Nederland kent de gevolgen uit eigen ervaring. Beckenbauer was vanaf het EK van 1972 aanvoerder van West-Duitsland, won dat toernooi en versloeg Oranje in de WK-finale van 1974 met 2-1. Met Bayern München won hij drie keer op rij de Europacup I.
De Nederlandse liberos
Ook Nederland had zijn liberos, en hun loopbanen laten zien hoe de rol verschoof. Ruud Krol was op het WK van 1974 nog een opkomende back, met Wim van Hanegem die dekking gaf als hij naar voren ging. Op het WK van 1978 in Argentinië stond hij als diepste verdediger achter de rest: van aanvallende back naar laatste man. Ronald Koeman begon als middenvelder. Guus Hiddink maakte bij PSV een aanvallende, veel scorende libero van hem, en in die rol werd PSV in 1988 Europees kampioen. Ook Danny Blind, met Ajax winnaar van de Champions League in 1995, wordt in dat rijtje Nederlandse liberos genoemd. Het patroon is steeds hetzelfde: spelers die het spel lazen en konden passen, niet per se de snelste of sterkste verdedigers.
Waarom de klassieke libero verdween
Vanaf de jaren tachtig verdween de klassieke libero. Arrigo Sacchi liet AC Milan zonaal verdedigen: verdedigers bewaken ruimtes en elkaar, in plaats van een eigen tegenstander over het hele veld te volgen. Dan is een extra vrije man minder nodig. Een hoge lijn met buitenspelval maakt een speler die vijf meter achter de rest staat zelfs gevaarlijk, want hij houdt elke aanvaller onside. De verdedigers moeten op één lijn staan om de val te laten werken.
De taken verdwenen niet, ze werden verdeeld. Het opruimen achter een hoge lijn doet nu vaak de keeper; Manuel Neuer en Edwin van der Sar zijn bekende voorbeelden van zo'n meevoetballende doelman. Met de bal uit de verdediging stappen is een taak van de opbouwende centrale verdediger, vooral de middelste van drie centrale verdedigers. De eerste passes van de opbouw worden gedeeld met de controleur die tussen de centrale verdedigers zakt, en in het creatiefste geval met een regista. Beide rollen beginnen wel op een andere hoogte en hebben andere verdedigende taken. De zekerheid achter een opgerukte ploeg regel je nu samen, als restverdediging.
Waar je op het veld op let
Wil je zien of een ploeg met een echte libero speelt, let dan op drie dingen. Waar staat hij vóór de pass: op de lijn of erachter? Heeft hij een eigen tegenstander, of vangt hij op wat vrijkomt? En gaat hij met de bal vooruit wanneer niemand hem aanvalt? De middelste speler van een driemansachterhoede is niet automatisch een libero. Hij kan met de andere twee op één lijn staan en volgens zonale afspraken verdedigen. Met een 3-5-2 kun je het verschil tussen een vlakke lijn en een teruggetrokken vrije verdediger zichtbaar maken.
Op papier was de libero gewoon een van de centrale verdedigers. Het overzicht van de posities in het voetbal legt het verschil uit tussen zo'n positie en een rol als deze: de positie zegt waar een speler begint, de rol wat hij van daaruit doet.
De meest aanvallende vorm van de vrije verdediger hoorde bij het totaalvoetbal: in het Nederlandse systeem van de jaren zeventig kon de laatste man naar het middenveld opstomen, omdat altijd een ploeggenoot zijn plek innam.
De verdedigende voorloper van de libero is de laatste man van het catenaccio, het Italiaanse systeem waarin mandekkers werden gedekt door één vrije man achter hen.
De libero is het duidelijkste contrast met de huidige centrale verdediger, die met een partner op één lijn verdedigt in plaats van erachter. De vergelijking libero of centrale verdediger zet beide rollen tegenover elkaar.
Het idee van de libero, een extra verdediger achter de linie, kwam terug in een ander shirt: de meevoetballende keeper, die zijn zestien verlaat om ballen achter een hoge verdediging op te ruimen.
Wat is het verschil tussen een libero en een centrale verdediger?
Een libero is een soort centrale verdediger, maar met een vrijere rol. Een gewone centrale verdediger dekt een tegenstander of een zone en staat op één lijn met zijn collega's. De libero speelt achter die lijn, heeft geen vaste man en mag in balbezit de opbouw leiden of zelf opstomen.
Bestaat de libero nog?
In de klassieke vorm nauwelijks, omdat zonaal verdedigen en de buitenspelval geen speler achter de lijn verdragen. De taken leven wel voort: bij de meevoetballende keeper, bij de opbouwende centrale verdediger en bij de ploeg als geheel via de restverdediging.
Wat is een laatste man in het voetbal?
De laatste man is de oude Nederlandse naam voor de libero. In een ouderwetse Nederlandse verdediging hield de voorstopper de spits van de tegenstander af, terwijl de laatste man daarachter stond en rugdekking gaf aan de voorstopper en beide backs. Libero was het deftigere woord voor dezelfde speler. Tegenwoordig hoor je vaker vrije verdediger voor een centrale verdediger zonder vaste tegenstander.
Welke Nederlanders speelden als libero?
Ruud Krol stond op het WK van 1978 in Argentinië als diepste verdediger achter de rest. Ronald Koeman werd bij PSV onder Guus Hiddink een aanvallende, veel scorende libero, en in die rol werd PSV in 1988 Europees kampioen. Ook Danny Blind, met Ajax winnaar van de Champions League in 1995, wordt in dat rijtje genoemd. Het waren spelers die het spel lazen en konden passen.
Bronnen en verder lezen
- Catenaccio — Wikipedia
- Defender (association football): Sweeper — Wikipedia
- Franz Beckenbauer revolutionized soccer with sweeper role — CNN