Formaties en rollen · Analyse

Libero of centrale verdediger: de vrije man en de vlakke lijn

Een libero is een vrije verdediger achter de mandekkers; een centrale verdediger verdedigt een zone in een vlakke lijn. Met tabel en voorbeelden.

Twee velden naast elkaar. Links: een 5-3-2 met de middelste verdediger, de libero, in rood, een paar meter achter de andere verdedigers. Rechts: een 4-4-2 met de twee centrale verdedigers in rood in een vlakke lijn, verbonden door een lijn.
Beeld: Touchline Notes

Een libero is een vrije verdediger zonder eigen tegenstander, die achter de andere verdedigers staat om hen af te dekken. Een centrale verdediger in een vlakke viermansverdediging verdedigt een zone op één lijn met zijn partner, en de lijn zelf geeft de dekking.

Allebei zijn het centrale verdedigers; het verschil zit in het systeem eromheen. De libero hoort bij mandekking, waarbij elke andere verdediger een aanvaller volgt. De moderne centrale verdediger hoort bij zonaal verdedigen, waarbij iedereen ruimte bewaakt en niemand over is. In Nederland had dat verschil lang twee eigen namen: de voorstopper en de laatste man.

Libero (laatste man) Centrale verdediger in een vlakke lijn
Waar hij staat Achter de rest van de verdediging, centraal en diep Op één lijn met de andere verdedigers, een van de twee in het midden
Hoofdtaak De ruimte achter de mandekkers afdekken en losse ballen opruimen Zijn zone vóór het doel verdedigen en met zijn partner de lijn bepalen
Dekking Geen: vrij van een vaste tegenstander Zonaal: hij bewaakt een gebied en geeft lopers door
Met de bal Vrij om op te stomen naar het middenveld (de versie van Beckenbauer) Eerste passer in de opbouw; de opbouwende verdediger dribbelt ook in
Typische formaties 5-3-2 en andere vijfmansverdedigingen uit het mandekkerstijdperk 4-4-2, 4-3-3, 4-2-3-1
Rugnummer in Nederland 4, de laatste man 3 en 4, nu linker en rechter centrale verdediger
Bekende voorbeelden Franz Beckenbauer, Ronald Koeman Baresi en Costacurta bij Sacchi's Milan, Virgil van Dijk

Voorstopper en laatste man: de Nederlandse versie

Voetbaltactics.nl legt uit hoe de twee centrale verdedigers in een 4-3-3 of 4-4-2 traditioneel verdeeld waren. De nummer 3 was de voorstopper: de centrale verdediger die de spits van de tegenstander moest afstoppen, meestal fysiek sterk en goed in de lucht. De nummer 4 was de laatste man. Hij gaf rugdekking aan de voorstopper en de backs en stond soms meters achter de rest. Diezelfde speler heette ook libero, of in het Duits ausputzer.

Volgens dezelfde site is die echte laatste man zo goed als verdwenen. Ploegen verdedigen compact als één linie, en de centrale verdedigers heten nu linker en rechter centrale verdediger. Ze verdedigen zonaal in plaats van puur man tegen man.

Wat ze doen zonder bal

Libero is Italiaans voor "vrij", en die vrijheid is het hele punt. Nederlandse Wikipedia beschrijft hoe Internazionale onder de Argentijnse trainer Helenio Herrera in de jaren zestig met het catenaccio, de grendel, speelde. Vier verdedigers stonden op één lijn, van wie er twee de spitsen van de tegenstander mandekten. De libero speelde daarachter als vijfde, vrije verdediger zonder vaste tegenstander en gaf rugdekking. Coaches' Voice omschrijft zijn taak als het afdekken en opruimen van de ruimtes achter de andere verdedigers. Verliest een mandekker zijn duel, dan staat de libero er nog.

Een centrale verdediger in een vlakke viermansverdediging heeft niemand achter zich behalve de keeper. Hij en zijn partner bewaken elk een gebied vóór het doel en pakken de spits op die daar binnenkomt. De dekking komt van de lijn zelf: stapt een centrale verdediger uit naar een aanvaller, dan schuiven de ander en de backs op om het gat te dichten. Samen bepalen ze wanneer de lijn opschuift om buitenspel te zetten en wanneer ze zakt.

Wat ze doen met de bal

De eerste libero's ruimden vooral op. Franz Beckenbauer veranderde dat. Nederlandse Wikipedia beschrijft hoe hij onder bondscoach Helmut Schön van de libero een aanvallend wapen maakte, die aanvallen van achteruit opzette en zelf scoorde of assists gaf. Coaches' Voice noemt zijn passing en zijn dribbels om de counter in te zetten.

Nederland had zijn eigen versie. Ronald Koeman begon als middenvelder, tot Guus Hiddink bij PSV een aanvallende en veel scorende libero van hem maakte. Volgens Nederlandse Wikipedia scoorde hij in het seizoen 1987/88 21 keer, en hij geldt als de meest scorende verdediger aller tijden. In de Europacupfinale van 1988 tegen Benfica schoot hij in de strafschoppenserie de eerste penalty raak.

De moderne centrale verdediger heeft veel van dat werk geërfd. Hij krijgt de eerste bal van de keeper en kiest tussen kort, breed of een pass door de eerste linie. Voetbaltactics.nl noemt Virgil van Dijk, aanvoerder van Oranje, een vrije verdediger. Hij laat het oppakken van de spits vaak aan zijn partner, geeft rugdekking, stapt uit en bouwt mee op. Het verschil is dat hij dat doet vanuit een lijn waar hij naar terug moet. De libero had geen vaste plek om naar terug te keren.

Waarom de libero verdween

Arrigo Sacchi liet met AC Milan het alternatief zien. Hij schafte de libero af en verving mandekking door zonaal verdedigen in een 4-4-2. Engelse Wikipedia noemt zijn hoge pressing, de buitenspelval en een hoge lijn met hooguit 25 meter tussen verdediging en aanval. Met Franco Baresi, Paolo Maldini, Alessandro Costacurta en Mauro Tassotti achterin, en het Nederlandse trio Marco van Basten, Ruud Gullit en Frank Rijkaard, won Milan de Europacup I in 1989 en 1990.

Elk onderdeel van dat systeem werkte tegen de libero:

  • Zonaal verdedigen haalde de reden voor een extra vrije man weg. Als niemand één tegenstander volgt, slaat één verloren duel geen gat dat een libero moet dichten.
  • De buitenspelval vraagt dat alle verdedigers op één lijn staan. Coaches' Voice wijst erop dat een libero achter de lijn elke aanvaller onside houdt.
  • Pressing duwde de hele ploeg naar voren, en de verdediging moest volgen in plaats van diep te blijven.

Coaches' Voice voegt eraan toe dat de libero in een tijd van drie aanvallers simpelweg overbodig werd.

Waar de ideeën van de libero voortleven

De taken zijn verdeeld, niet verdwenen.

  • De middelste centrale verdediger in een driemansachterhoede. In een systeem met drie centrale verdedigers speelt de middelste vaak de vrije rol. Coaches' Voice noemt John Stones en Harry Maguire als verdedigers die met de bal het middenveld in dribbelen om de pressing te breken.
  • De zakkende controleur. Nederlandse Wikipedia ziet een moderne vorm in de verdedigende middenvelder die tussen de centrale verdedigers zakt.
  • De meevoetballende keeper. Het opruimen achter een hoge lijn doet nu vaak de doelman. Wikipedia noemt Manuel Neuer en Edwin van der Sar.

In welke formaties ze spelen

De libero hoort bij een vijfmansverdediging uit het mandekkerstijdperk. Bekijk de 5-3-2 en stel je de middelste verdediger een paar meter dieper voor dan de rest. Het artikel over de 5-3-2-formatie laat zien hoe die vorm nu wordt gespeeld.

De centrale verdediger in een vlakke lijn hoort bij de viermansverdediging: de 4-4-2 die Sacchi gebruikte en de 4-3-3 die in Nederland de standaard is. Een moderne 3-5-2 zit ertussenin: drie centrale verdedigers op één lijn, met de middelste vaak als organisator en eerste passer.

Zo zie je het verschil in een wedstrijd

Kijk naar de achterste linie als de tegenstander aanvalt. Blijft één centrale verdediger steeds een paar meter achter de anderen, terwijl zijn ploeggenoten elk een aanvaller volgen, dan zie je een libero. Houden de verdedigers een rechte lijn en schuiven ze samen mee met de bal, dan zijn het zonale centrale verdedigers.

Let daarna op de buitenspellijn. Een vlakke viermansverdediging stapt samen op om buitenspel te zetten. Een ploeg met een libero kan dat zelden.

Wanneer een trainer voor welke rol kiest

Bijna elke trainer kiest nu de zonale centrale verdediger. De vlakke lijn maakt een hoge lijn, buitenspelval en pressing mogelijk en kost geen speler die alleen maar afdekt. Een echte libero heeft alleen zin in een verdediging met mandekking. Wie vandaag de kwaliteiten van een vrije verdediger wil, haalt die uit een driemansachterhoede met een opbouwende middelste man, of uit een keeper die achter een hoge lijn meevoetbalt.

Wat is het verschil tussen een libero en een centrale verdediger?

Een libero heeft geen eigen tegenstander en staat achter de andere verdedigers om hen af te dekken. Een centrale verdediger in een viermansverdediging verdedigt een zone, op één lijn met zijn partner.

Wat is het verschil tussen een voorstopper en een laatste man?

De voorstopper droeg de 3 en moest de spits van de tegenstander afstoppen. De laatste man droeg de 4 en stond achter hem om rugdekking te geven, soms meters dieper. Die laatste man was in feite de libero.

Waarom spelen ploegen niet meer met een libero?

Zonaal verdedigen maakte een extra vrije man overbodig, en de buitenspelval vraagt dat alle verdedigers op één lijn staan. Een libero achter de lijn houdt aanvallers onside en belet de ploeg hoog te verdedigen.

Is de meevoetballende keeper de moderne libero?

Voor een deel. De keeper dekt nu de ruimte achter een hoge lijn af, en dat was de belangrijkste verdedigende taak van de libero. Zijn werk met de bal is vooral overgegaan naar opbouwende centrale verdedigers.

Bekijk deze positie op het tactiekbord.

Bronnen en verder lezen

  1. Libero (voetbal) — Wikipedia (nl)
  2. Maak kennis met de voorstopper en laatste man — Voetbaltactics.nl
  3. The libero: explained — Coaches' Voice
  4. Arrigo Sacchi — Wikipedia
  5. Ronald Koeman — Wikipedia (nl)